Treinstation Tzummarum



De Noord Friesche Lokaal Spoorwegmaatschappij (NFLS) is in het laatste jaar van de negentiende eeuw op particulier initiatief opgericht en deze legde in 1901 de lijn Leeuwarden-Stiens-Dokkum- Metslawier aan, die bekend werd als het Dokkumer Lokaaltsje en die in 1913 tot Anjum werd doorgetrokken. In 1904 kwam een tweede lijn van Stiens-Tzummarum-Harlingen tot stand die later een zijtak naar Franeker kreeg. De lijnen werden gebruikt voor passagiers- en goederenvervoer. In 1905 toen de belangrijkste lijnen er lagen werd de maatschappij overgenomen door de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij. In 1935 werden de lijnen door de Nederlandse staat genaast. Er waren toen al delen van de passagiersdiensten opgeheven, een proces dat in 1936 werd voltooid.
Wel bleven de lijnen in gebruik voor het transport van landbouwproducten, vooral van aardappelen. Na de wereldoorlog werden de lijnen weliswaar ingekrompen, maar op bepaalde gedeelten, de lijnen Leeuwarden-Dokkum en Stiens-Tzummarum met een zijtak naar Belikum, bleef het goederenvervoer tot aan het eind van de jaren vijftig bestaan. Het stukje van Leeuwarden naar Stiens is zelfs tot in de jaren tachtig in gebruik gebleven.

Het station van Tzummarum was een station eerste klasse op de lijn Leeuwarden-Harlingen die later ook een aftakking naar Franeker kreeg. Een haltegebouw op een driesprong. Het station is in 1901 gebouwd in een decoratieve neorenaissance-stijl.
Tijdens de nationale inventarisatie van jonge bouwkunst in de jaren-1990 viel het gave maar verkommerde stationsgebouw op; het werd geselecteerd en gehonoreerd als rijksmonument. Het werd toen nog steeds bewoond door mevrouw Terpstra. Haar kinderen waren de deur uit, maar ze wilde er blijven wonen hoezeer de gemeente Franekeradeel er bij haar ook op aandrong om te verhuizen naar een verzorgingshuis. De gemeente had namelijk plannen om het verkommerde gebouw dan te gaan slopen, om ruimte te maken voor nieuwbouwlocaties voor woningen. Nadat haar man was komen te overlijden, kon ze in 1957 met haar kinderen in een gedeelte van het station komen wonen. In het andere gedeelte van het gebouw woonde al een ander gezin. Dat gezin is later verhuisd, maar de Terpstra’s bleven, ook toen het gebouw in de jaren zeventig door de gemeente werd overgenomen.

Omdat het gebouw op de rijksmonumentenlijst was geplaatst, zag Stichting DBF met de BIWO-regeling wel mogelijkheden voor het gebouw. Er werden verkenningen gedaan en nadat die door het bestuur waren goedgekeurd en mevrouw Terpstra toch naar een verzorgingshuis verhuisde, konden echt plannen worden gemaakt en kon het station met retiradegebouw en andere bijgebouwen van de gemeente worden gekocht.
tz1